Print

Onderwerpen om te Fotograferen

In deze tips & tricks wil ik wat dieper ingaan op hoe een aantal mogelijke onderwerpen te fotograferen

De Keukenhof

De Keukenhof

Zo rond maart-april verschijnen de tulpen langzaam weer boven de grond, op de ene locatie wat eerder dan de andere locatie (dit jaar vrij laat vanwege de strenge winter), afhankelijk van hoe beschut de tulpen staan. Ze vormen een schitterend schouwspel van felle kleuren in het oer-Hollandse landschap.

Bollenroutes

Op een aantal plekken zijn bollenroutes uitgezet waarop je de bollenvelden die op dat moment in bloei staan kunt bewonderen. Vanzelfsprekend in de omgeving van Lisse en Hillegom, maar ook Noord-Holland (leverancier van 50% van de tulpen) kent vele velden en er is zelfs een speciale tulpenroute uitgezet in Noordoostpolder (Flevoland).

De bloeiende Tulpen vormen een schitterend fotografisch onderwerp

Op een aantal plekken mag je ook bij het veld kijken, zo kun je heel dicht bij de bloemen komen of er soms zelfs tussendoor lopen. Probeer dat dan wel met respect voor de boer te doen, zijn inkomsten komen voort uit de oogst. Ik probeer zelf toch altijd wel aan de rand van het veld te blijven, door één stap van het pad te doen kun je er toch laten uitzien of je midden in het veld zelf zit zonder dat de bloemen beschadigd raken. Ga vroeg in het seizoen, dan staan de velden ook in bloei.

Veel mensen kunnen de drang niet weerstaan om tussen het veld van bollen te gaan zitten en de kinderen vast te leggen. Voor een foto van de kinderen (of een stelletje) een origineel idee voor het familiealbum en leuk om te doen. Zorg er voor dat je de foto neemt op gelijke hoogte diegene die zitten en het beeld zo veel mogelijk met bloemen vult. Met een telelens wordt het beeld in elkaar gedrukt waardoor je onderwerp helemaal wordt omringd door bloemen.

Velden

Het mooie van bollenvelden is dat er grote groepen bloemen van dezelfde kleur in grote vlakken te zien zijn. Dit biedt veel mogelijkheden qua compositie om te werken met veel kleur, maar ook contrasten en lijnen. Vaak zijn er in de keukenhof rijen bloemen en/of tulpen met verschillende kleuren geplant waardoor je composities kunt maken van lange rijen bloemen van verschillende kleuren die het oog verder het beeld in kunnen leiden.

Spelen met lijnen

Probeer de horizon bijvoorbeeld op 1/3e van het beeld te plaatsen, op die manier maak je de bloemen belangrijker in het beeld. Ga ook op zoek naar een interessante achtergrond. De beste foto’s bestaan uit een voorgrond, midden en achtergrond. Staat een onderwerp ver weg van het veld, dan kun je door een dicht diafragma te kiezen (f/16 of f/22 bijvoorbeeld) en scherp te stellen op ongeveer 1/3e van het beeld zowel de voorgrond (de bloemen) als de achtergrond (een deel van het park, o.i.d.) scherp krijgen.

Creëer scherptediepte met klein diafragma f16 tot f22

Leuk ook is het om op zoek te gaan naar de afwijkende bloem in het veld. Soms komen er andere kleuren tulpen terecht tussen de lange rijen tulpen van dezelfde kleur, ideaal om een interessante compositie mee te maken. De afwijkende tulp vormt interessant een aandachtspunt in de foto.

Tijdstip

Als je vroeg op de dag of laat in de avond gaat is het licht mooier, het is dan minder hard, en waarschijnlijk is ook minder druk met mensen. Het gerichte licht rond zonsopkomst en zonsondergang zorgt er voor dat je kunt spelen met het licht om de bloemen. Als de zon heel laag komt en je jezelf heel laag plaatst in de richting van de zon, dan kun je de tulpen extra accentueren met een lijn van licht rond de omtrek.

 ‘s Ochtends, zeker met een heldere nacht, heb je kans op nevel boven de velden of druppels op de tulpen. Mooie elementen om mee te werken in je compositie. Water brengt de kleuren van de bloemen nog beter naar voren.

Afhankelijk van de kracht van de zon kun je hardere of juist zachtere kleuren bereiken, hoe later op de dag, hoe harder het licht en hoe feller de kleuren zullen zijn. Vroeg op de dag heb je juist meer kans op pasteltinten, hoewel het ook aan de kijkhoek ligt of je die ook daadwerkelijk kunt bereiken. Probeer daarom verschillende richtingen uit waarin je de tulp fotografeert en kijk wat het beste werkt.

Close-up

Als je een tulpenfestival bezoekt zul je zien hoeveel verschillende tulpen er bestaan. Elk tulp heeft zijn eigen kleur, maar ook vorm. Er zijn honderden soorten. De verschillende vormen lenen zich perfect voor close-up foto’s met bijvoorbeeld een macro lens of van wat verder weg met een telelens.

72-200 EF L II op 200mm met f5 en ISO 200

Probeer de compositie zo eenvoudig mogelijk te houden, simpel werkt vaak het beste. Concentreer je op kleuren of simpele vormen die het beeld maken. Probeer harde, donkere, schaduwen op te lichten met behulp van een reflector (of een stukje aluminiumfolie).

Ga op zoek naar een gaaf exemplaar van de bloem, elke oneffenheid is vanaf die afstand zichtbaar en zeker aan het begin van de bloeiperiode zitten er veel gave exemplaren tussen die je kunt vastleggen. Kijk ook goed in de achtergrond of er geen afleidende elementen in beeld kruipen.

Door een relatief open diafragma te kiezen (een laag f-getal) maak je de achtergrond onscherp en gaat alle aandacht naar de tulp. Met zo’n open diafragma krijg je wel een beperkte scherptediepte, een paar millimeter kan zo het verschil betekenen tussen een scherp en een onscherp resultaat. Wanneer een bloem redelijk vrij staat kun je om die reden ook kiezen om het diafragma te verkleinen (hoger f getal), zoals in het voorbeeld hierboven.

De wind speelt hierbij ook een rol, zeker in een polder kan het soms hard waaien. Probeer in te schatten wanneer de wind weer even gaat liggen en neem snel meerdere foto’s achter elkaar.

Belangrijk is ook rekening te houden met de sluitertijd. Houd minimaal een sluitertijd aan die 1,5 keer (bij crop camera's) en 1x (bij full frame camera's) de lengte van je lens, 1/150s of 1/100s bij een 100mm lens, 1/300s of 1/200s bij een 200mm lens, etc. Als het waait heb je misschien wel een snellere sluitertijd nodig, tenzij je juist de snelheid van de wind wilt laten zien met een relatief lange sluitertijd waardoor de tulpen bewogen worden vastgelegd.

Groothoeklens

Een manier om de bloemen belangrijker te maken is met een groothoeklens. Dit ligt niet meteen voor de hand, maar met de grotere kijkhoek (verticaal) kun je als je dicht op de bloem zit toch de grond waar de bloem uit komt en de hele bloem zelf vastleggen. Door heel laag te gaan zitten kun je de tulpen levensgroot maken en de wereld laten zien vanuit "de beleveniswereld van de tulp".

Om uit te proberen: door het diafragma relatief dicht te draaien (f/10-f/16) en de zon op te nemen in het beeld krijg je een zomers effect met een zon die er uit ziet als een ster. Altijd handig is om wat mee te nemen waar je op kunt gaan liggen, om bovenstaande twee foto's te kunnen maken moet je toch echt vanaf de grond fotograferen (of een kantel schermpje hebben en dan met de Live View modus de foto nemen).

De Keukenhof is één van Nederlands grootste toeristische attracties, een aanleiding waarvoor veel toeristen naar Nederland komen. Maar ook voor Nederlanders is het een interessant en kleurrijk onderwerp. Een schitterend schouwspel van felle kleuren in het oer-Hollandse landschap.

 

Vuurwerk

Hoe vuurwerk te fotograferen

Eén van de leukste onderwerpen om ‘s avonds te fotograferen is vuurwerk. Maar het is niet één van de makkelijkste onderwerpen. Daarom hier een serie tips om zo goed mogelijk vuurwerk te fotograferen.

Schiet bij voorkeur vanaf een statief (of zet je camera stevig op een muurtje), gebruik bij voorkeur voor het op het juiste moment indrukken van de sluiterknop en het voorkomen van extra beweging een afstandsbediening. Kijk ook goed of je statief niet op een onstabiele ondergrond staat, bijvoorbeeld een houten bruggetje waardoor die kan gaan trillen.

Geschoten uit de hand op 40mm f4.5 en een sluitertijd van 1/20s en ISO 1000.

Schiet je uit de hand, probeer jezelf of de camera dan schrap te zetten tegen een muurtje of een boom en neem snel achter elkaar meerdere foto’s. Vaak is de middelste foto uit een serie het scherpst. Soms is het onvermijdelijk naar de hogere ISO waarden te gaan, probeer het te beperken tot ISO 400-1000 als het even kan. Een beetje afhankelijk van de camera, tegenwoordig wordt bij de wat meer geavanceerde camera’s de digitale ruis goed herberekend.

Met een lange sluitertijd van bijv. 2 seconden kun je
veel verschillende vuurpijlen in één beeld vangen op 70mm, 2s op f/11, ISO 400

Vuurwerkshows worden van te voren aangegeven, bekijk van te voren de locatie en probeer een plek te vinden waar je het minst last zult hebben van mensen die in de weg staan. Monumenten en/of gebouwen in het beeld kunnen extra diepte (door silhouet-werking) aan je foto geven.

Inzoomen is lastig, de kans is groot dat het vuurwerk net niet in beeld komt, zeker bij een niet-georganiseerd vuurwerk op oudejaarsnacht. Geluk komt hierbij om de hoek kijken. Je kunt foto’s genomen met een wijdere lens natuurlijk altijd wat bijsnijden om ze toch meer ingezoomd te laten lijken. Als je puur het vuurwerk wilt laten zien dan werkt een verticale compositie (portretstand) vaak het beste, wil je meer van de omgeving tonen dan werkt een horizontale compositie (landschapstand) vaak het beste.

Op 24mm, 1/5s op f/4.5, ISO 400 daarna uitsnede gemaakt.

Voor het diafragma kun je het beste kiezen voor de stand die een resultaat oplevert waarbij de lucht zwart blijft en niet te licht wordt. Experimenteren is het devies. Vuurwerk is vaak lichter dan je denkt als je de timing met de explosie goed krijgt. Kies voor een lage ISO waarde (sommige fotografen kiezen zelfs voor ISO 100) om ruis zo veel mogelijk te beperken. Vanaf statief kun je dramatischer effecten bereiken door voor een iets langere sluitertijd te kiezen. Zo rond 1/8s-2s. Dit kun je bereiken door het diafragma tussen f/8 en f/16 te zetten. Ook hier geldt weer, controleer dat de lucht niet te licht wordt. Met een sluitertijd van meer dan 3 sec zul je dit zien gebeuren.


Op 28mm op f/4.5, 1/3s op, ISO 800 (uitsnede)

Fotografeer niet op de automatische stand, het gemeten licht zal de flitser van te voren inschakelen, iets wat niet nodig is bij vuurwerk fotografie. Vuurwerk geeft kortstondig zeer fel licht, daarmee is een superlange sluitertijd is niet nodig. Probeer net voor een explosie in te drukken. Een lange sluitertijd is wel van toepassing wanneer je de baan van een vuurpijl wil fotograferen. Met een hele superlange sluitertijd kun je ook proberen je lens tussentijds af te dekken met een zwart kaartje en op deze manier meerdere vuurpijlen ‘te verzamelen’.

Wanneer er snel meerdere van dezelfde vuurpijlen worden afgeschoten kun je makkelijker inschatten waar de volgende vuurpijl terecht komt en wat het effect zal zijn, hier draait alles om reactie snelheid.

Door de sluitertijd te verlengen, ontstaan strepen die een dynamisch beeld geven,
op 28mm, 2s op f/11, ISO 400 (uitsnede en zichtbaar dat de
lucht niet zwart blijft bij een langere sluitertijd.)

Hoe later het wordt hoe meer kruitdampen er in de lucht hangen (vooral als er weinig wind is), aan het begin kunnen foto’s dus het scherpst worden. Maar bij een vuurwerkshow zijn de beelden het meest spectaculair zo tegen het einde. Kortom, alles proberen.

Het leuke van digitaal is dat je kunt blijven experimenteren, dus bekijk je resultaten af en toe en pas de instelling van je camera aan. Op een gegeven moment is het vuurwerk natuurlijk wel voorbij en duurt het een jaar voordat je verder kunt met experimenteren.

Vergeet bij het fotograferen echter niet om je heen te kijken en oog te houden voor de omgeving, het is druk op straat en het vuurwerk vliegt alle kanten op, denk aan je apparatuur en aan jezelf! En vergeet vooral niet te genieten van de avond!

 

 

Vlinders

Vlinders Fotograferen

Het is weer zomer en langzaam komen de vlinders weer naar voren. Een fascinerend dier dat begint als een hongerig, logge en langzaam bewegende rups die langzaam in een sierlijk vliegend insect verandert met de meest schitterende kleurpatronen en vormen gericht op het afschrikken van jagers. Één jager die zich niet laat afschrikken is de fotograaf, in dit artikel een aantal tips voor het vastleggen van vlinders.

Gebruik snelle sluitertijden

Vlinders besteden het grootste deel van hun tijd met het verzamelen van nectar uit wilde bloemen. Om daar te komen maken ze snelle bewegingen door de lucht, waarbij ze sneller gaan dan je denkt. Als ze op een bloem gaan zitten wapperen ze met de vleugels en blijven ze vaak maar korte tijd echt stil zitten. Daarom kun je vlinders het beste te fotograferen met hogere sluitertijden. Een andere reden om dit te doen is dat ze op dunne fragiele wilde bloemen gaan zitten die bij de minste wind al in beweging komen.

Een snelle sluitertijd is dus een vereiste. Niet alleen in de tropen maar gelukkig is er ook veel licht in Nederland in de zomer, zeker overdag, maar soms heb je hier ook aan dit licht niet genoeg. Een snellere sluitertijd kun je bereiken door het diafragma van de lens verder te openen (een laag f-getal te kiezen), maar daarmee loop je ook het risico dat een deel van de vlinder onscherp op het beeld komt door de beperkte scherptediepte die maar enkele millimeters kan zijn als je dichtbij komt.

Lage f waarde, weinig scherptediepte.

Vergeet echter niet dat je ook door de ISO waarde te verhogen een snellere sluitertijd kunt bereiken.

Neem veel foto’s

Beweging kun je ook tegengaan door veel foto’s achter elkaar te nemen. Je kunt daarvoor de continu modus van je camera inschakelen (sportstand en automatisch volgen) en afhankelijk van je camera misschien beter op dit moment alleen in JPEG formaat fotograferen. Met JPEG kun je dan meer foto’s achter elkaar maken dan met RAW, de geheugenbuffer van de camera loopt minder snel vol en de foto’s worden sneller naar de camerakaart geschreven zodat je meer tijd hebt om meer foto’s te maken.

Canon EOS 50D, 200mm, 1/200s f/5.6 ISO1600

Bij het in JPEG fotograferen is het wel belangrijk om het histogram te controleren, omdat je achteraf te weinig mogelijkheden hebt om je foto’s te corrigeren. En het blijft natuurlijk ook veel leuker om je foto’s niet achteraf (kunstmatig) te hoeven verbeteren.

Scherp

Een scherp resultaat is belangrijk, maar doordat je dicht met je camera op de vlinder staat om deze beeldvullend te kunnen vastleggen is de scherptediepte zo beperkt dat je al snel scherpte verliest. Zo kun je gemakkelijk een deel van het lijfje en vleugel van de vlinder scherp vastleggen terwijl een ander deel – bijvoorbeeld de antenne’s – onscherp zijn. Probeer je camera daarom parallel aan het lijfje van de vlinder te houden en een diafragma van minimaal f/8 te kiezen.

Een sluitertijd rond de 1/200-1/250s is vaak voldoende, haal je dit niet dan kun je de ISO waarde verhogen (meer kans op ruis) of je kunt gebruik maken van een flitser om de gewenste sluitertijd te halen. Bedenk wel dat de flits sneller een donkere achtergrond zal opleveren, soms gewenst, soms niet. Als je onderwerp zich dichter bij de achtergrond bevindt, de flitser is dus verder weg, heb je meer kans op een lichtere achtergrond, indien gewenst.

Groot contrastverschil tussen voorgrond en achtergrond
Canon EOS 50D, 105m f/8, 1/125s ISO400

Een handig hulpmiddel is een monopod of een statief. Deze geven extra stabiliteit tijdens het fotograferen. Het beste werk je met een “los” balhoofd zo kun je vrij bewegen, het is lastig te voorspellen waar de vlinders zullen gaan landen en zo kun je dus sneller reageren. Hierom is een balhoofd beter dan een drieweg statiefkop.

Welk objectief

Het beste kun je gebruikmaken van een lens met een relatief lange brandpuntafstand, vanaf bijvoorbeeld 100mm, een macro lens is het beste, omdat je hiermee dichter bij kunt focussen. Maar ook een 200 of 300mm objectief is fijn om mee te werken. Belangrijk is dat je daardoor verder weg kunt blijven van de vlinders en meer kans hebt dat ze niet van je schrikken als je ze probeert te fotograferen. Als je vaak vlinders fotografeert zul je ook gaan herkennen hoe de verschillende typen reageren en kun je ook andere lenzen gebruiken en toch dichterbij mooie foto’s maken.

Canon EOS 50D, 105mm, 1/250s f/5,6, ISO400

Met sommige lenzen zal je wel eens kunnen merken dat ze snel focussen op andere elementen, waardoor je eigenlijke onderwerp niet meer scherp is. Je kunt dan kiezen voor handmatige scherpstelling, met behulp van het lampje en het geluidje van de camera kun je zien wanneer je correct hebt scherpgesteld.

Beweeg voorzichtig

Verschillende typen vlinders reageren anders op mensen. Sommigen laten zich niet door mensen afleiden, anderen vliegen liever een blokje om. Probeer daarom de vlinders voorzichtig te benaderen zodat ze niet van je schrikken. Je kunt ook proberen eerst van iets verder weg en steeds iets dichter bij te fotograferen. Hierbij maakt het trouwens ook uit welke vlinders je probeert te fotograferen, in het wild zijn ze meer op hun hoede dan de grote vlinders die zich bijvoorbeeld bevinden in een vlindertuin.

Canon EOS 50D, 88mm f/8, 1/320s ISO200

Mocht de vlinder vertrekken, omdat je te dichtbij bent gekomen of dat je een plotselinge beweging maakte, vaak komen ze terug naar dezelfde bloem of een omringende bloem en nemen ze dezelfde positie aan als voordat ze werden opgeschrikt. Hier kun je gebruik van maken door iets naar achteren te gaan en die locatie in de gaten te houden. Let ook op je eigen schaduw, als de vlinder in de schaduw zit zal hij waarschijnlijk snel willen vertrekken naar een zonniger en warmer plekje.

Er zijn verschillende ideeën over het gebruik van parfum en het aantrekken van felle kleding. Met parfum en deze kleding trek je misschien wel de vlinders aan, maar eigenlijk leidt je ze af van de geurige bloemen, en wanneer de vlinders op je zitten kun je ze niet of lastig fotograferen. (En eigenlijk wil je ook niet dat de vlinder op de foto op een bloem of blad zit dan op je eigen T-shirt.)

Canon EOS 50D, 105mm f/8, 1/40s ISO200 (+0.3 stap)

Vlindertuin:

De kas van een vlindertuin is een warme en vochtige plek, de buitentemperatuur zal vrijwel altijd lager liggen en zeker minder vochtig zijn. Dit betekent dat als je binnenstapt je condens op je lens kunt verwachten. Het duurt even voordat de camera dezelfde temperatuur aanneemt. In sommige Europese vlindertuinen hangen soort van handen drogers bij de ingang waarmee je de apparatuur wat sneller kan laten wennen aan de temperatuur. Wanneer je in de tropen bent is het niet de temperatuur maar alleen het vochtigheidsgehalte wat het verschil maakt wanneer je in een vlindertuin bent. Gelukkig kun je in de tropen ook veel vlinders in de vrije natuur fotograferen.

Terug naar de vlindertuin, persoonlijk maak ik geen gebruik van de “drogers”, ik wacht rustig even af tot het condens is verdwenen en ik schakel de camera dan ook niet eerder in dan dat moment. Hiermee vermijd ik dat er vocht in de camera blijft hangen met alle nadelige gevolgen van dien. Een andere mogelijkheid is om de camera een tijdje in de fototas te houden. De tas zal veel minder snel de temperatuur opnemen waardoor de camera dus langzaam aan dezelfde omgevingscondities aanneemt. Wanneer je nu de camera uit de tas haalt zal je geen last hebben van condensvorming.

Later in de avond zijn de vlinders minder actief, makkelijker te fotograferen omdat ze koudbloedig zijn.
(Redelijk beschadigde Blauwe Morpho). Canon EOS 50D, 200mm, 1/60s f5,6 ISO1600

Ga niet de vlinders proberen te vangen of aan te raken, ook niet wanneer ze op je gaan zitten. Het zijn hele tere beestjes die bij een kleine aanraking al beschadigingen aan de vleugels kunnen oplopen waardoor ze mogelijk door de aanraking het einde van de dag niet eens meer halen. Zeker in een vlindertuin zijn ze meer gewend aan mensen en gaan ze rustig op de vloer zitten waar mensen zo op ze kunnen stappen. Loop daarom rustig door de kas of vlindertuin en kijk goed om je heen. Dat heeft nog een extra voordeel, want je hebt meer kans om een exemplaar te zien dat even aan het uitrusten is.

Moment

Vlinders houden van warmte en zijn op dat moment het meest actief. Niet ideaal als je ze rustig wilt kunnen fotograferen. Vroeger op de dag en later in de avond zijn ze minder actief, ze kunnen geen eigen hitte genereren en hebben warmte nodig om te bewegen. Daarom blijven ze rustiger zitten in de koelere ochtend en avond. Nadeel dan weer is dat je ze minder makkelijk kunt zien en/of dat hun vleugels dichtgevouwen zijn.

Compositie

Het beste kun je een compositie maken waarbij de vlinder aan de voorkant wordt belicht door de zon. Bij licht van de zijkant loop je het risico dat er een sterke schaduw op de vlinder valt. Bij tegenlicht loop je meer risico op lensflare, hoewel je dan ook kans hebt dat het licht de haartjes langs het lijfje beter zichtbaar maakt en die zelfs mooi laat oplichten.

Zo gefotografeerd dat er geen schaduwen op de vlinder vallen
Canon EOS 50D, 135mm f/7.1, 1/400s  ISO200

Bedenk ook dat de kleuring van de vlinder ook van invloed is op de achtergrond die je moet kiezen. Een donkere vlinder moet je bijvoorbeeld niet omringen met kleurige elementen in de achtergrond, een felgekleurde vlinder kun je wel mooi combineren met een donkere achtergrond, zo lang het lijfje en de antennes nog wel goed naar voren komen.

Concentreer je ook op de vlinders die er het beste uit zien, als je de keus hebt zoek de mooie exemplaren uit met onbeschadigde vleugels en mooie kleuren.

Vlinders fotograferen is vooral veel geduld hebben, wachten tot die ene vlinder op de juiste bloem recht voor je landt, hopende dat de wind niet net op dat moment je foto verprutst. Maak niet alleen het fotograferen je doel, kijk en geniet ook van deze leuke en kleurrijke insecten.

 

 

Dierentuin

Op fotosafari in de dierentuin

 Eén van de laatste foto's van één van de neusapen in Apenheul.
(Sinds kort is de laatste neusaap weer terug naar Singapore.)

Als een dagje uit staat de dierentuin bij veel mensen in hun favorietenlijstje. Het is naast een ultieme safari of een jungle tocht, toch ook wel een aardige manier om exotische dieren te fotograferen, al is dit dan niet in het wild. Voor mij een reden om er toch een artikel over te schrijven. Voordeel is wel dat je bijna zeker weet dat het dier wat je zoekt er ook zal zijn. Tenminste wanneer je niet naar een Luiaard op zoek gaat in één van de dierenparken in ons land die deze dieren houden (op één of andere manier heb ik deze namelijk elke keer gemist).

Ondanks de reputatie van ‘makkelijk te fotograferen’ kom je in de dierentuin veel zaken tegen die het fotograferen minder eenvoudig maken. Dik en (soms) vies glas, hekken, achtergronden van beton en de drukte zijn slechts enkele obstakels op weg naar een goede foto. In dit artikel tips om toch met goede foto’s thuis te komen.

Steeds meer natuurlijke verblijven.

 

Wanneer je op zoek bent naar een foto waarop je iets specifieks van een dier wilt vastleggen, dan is één van de eerste vereisten dat je bekend raakt met het dier of de groep dieren welke je wilt fotograferen. Spendeer tijd bij het dier van je keuze, bestudeer het gedrag. Hoe gedraagt het dier zich in de natuur, welke uitdrukkingen geven een natuurlijk beeld van het dier, op welk moment is het dier het meeste actief, wat is het voedings- en speelpatroon, etc. Als je hier iets over weet wordt het makkelijker te bepalen wanneer je de sluiter moet indrukken. En dan is het natuurlijk een kwestie van wachten totdat dat ene moment zich voordoet.

Geduld is een schone zaak. Soms zal het dier in relatieve afzondering een dutje doen, wacht dan tot het dier actiever wordt of ga eerst naar een andere plek. Leeuwen en tijgers slapen het grootste gedeelte van de dag, misschien is het daarom het beste om daar direct bij binnenkomst naartoe te gaan. Laat in de middag biedt ander licht en wat afkoeling en andere dieren zijn juist dan weer actiever.

Wachten op een leuk moment geeft net even iets meer.

Probeer drukke momenten te vermijden, schoolvakanties en weekends zijn niet ideaal om eens lekker aan je fine-art portfolio te werken. Ook zullen dieren meer relaxed zijn op het moment dat het minder druk is in de dierentuin. In de lente is de kans op jonge dieren het grootst, in de zomer zijn de reptielen en vogels juist actiever en in de winter de dieren die een kouder klimaat gewend zijn. Door vaker op verschillende momenten naar dezelfde dierentuin te gaan, levert dus hele verschillende foto’s op. Sommige dierentuinen, zoals Apenheul willen nog wel eens voor hun seizoenkaart houders speciale dagen organiseren. (Kijk eens op de websites van de parken, ben je van plan om volgend jaar te gaan, dan is het soms handig om alvast een seizoen kaart te kopen, vaak worden die in een bepaalde maand voor minder dan of gelijk aan de entree verkocht.)

Een tweede vereiste is dat je bekend raakt met de dierentuin. Wat zijn bijvoorbeeld de tijden waarop bepaalde dieren worden gevoerd, wanneer zijn er dus bijzondere momenten te verwachten. Dit kan trouwens ook het moment zijn om naar een nabijgelegen plek te gaan, omdat de drukte juist dan minder zal zijn. De dieren zijn gewend aan een bepaald ritme, probeer dit te ontdekken. Praat indien mogelijk met de verzorgers, ze kunnen vaak goede tips over het gedrag van een dier geven en vraag altijd aan de entree een route kaart, hierop staan ook (vaak) de voedertijden aangegeven.

Kijk wanneer de voedingstijden zijn voor bijzondere momenten.

Verschillende dierentuinen hebben verschillende specialismen, de keus voor wat je wilt fotograferen bepaalt dus ook welke dierentuin het meest geschikt is om te bezoeken.

Compositie

De beste foto’s zijn vaak de simpelste foto’s. Hiermee bedoel ik dat je moet proberen zo min mogelijk afleidende elementen in de foto op te nemen zodat de aandacht volledig kan uitgaan naar het dier. Om dit te bereiken heb je een aantal wapens tot je beschikking, waaronder een telelens, het wisselen van standpunt en het openen van het diafragma.

Als je dieren gaat fotograferen heb je het meest aan een telelens. Er zit vaak veel ruimte tussen het verblijf en de toeschouwers en met een telelens kun je de dieren toch dichtbij halen. Ook heb je de mogelijkheid om de compositie zo te beperken dat je storende elementen uit het beeld kunt halen.

Door de onscherpe achtergrond is er alleen aandacht voor het “model”.

Met een telelens met het uiterste bereik van 200 a 300mm kun je in de dierentuin prima terecht, zeker als je bedenkt dat dit op een crop camera 300/320 en 450/480mm wordt. Staar je echter niet blind op een telelens, ook met minder zoom valt er nog genoeg te fotograferen in een dierentuin.

Een andere mooie toepassing van telelenzen is dat je, vooral bij lichtsterke telelenzen, een beperkte scherptediepte kunt bereiken door het diafragma op f/4, f/2.8 te zetten. De achtergrond wordt dan zo zacht dat storende elementen vanzelf in het romige beeld verdwijnen. Soms is de scherptediepte zo beperkt dat ook delen van het dier zelf onscherp in beeld komen, als je een dier van de zijkant (en profil) fotografeert is dit minder zichtbaar.

Richt je op de ogen van het dier, net zoals bij het fotograferen van mensen. Met de ogen scherp in beeld creëer je een meer persoonlijke verbinding met het dier voor de toeschouwer, het is minder beschouwend en meer een echt portret. Verplaats je ook op gelijke hoogte met het dier, ga naar hun wereld. Vaak betekent dit dat je van een lager standpunt moet fotograferen.

Voordeel van een lichtsterke telelens. Alleen de kop van de jaguar is scherp.
(Foto genomen door een raam, met het objectief tegen de ruit, om spiegeling te vermijden.)

Hekken, glas en/of beton

De verblijven zijn niet gemaakt voor fotografie, maar om de dieren binnen te houden en zo veel mogelijk in hun natuurlijke omgeving te laten zien. Dat betekent dat hekwerk en dik glas soms onvermijdelijk zijn. Gelukkig moderniseren steeds meer dierentuinen hun verblijven zo dat er zo min mogelijk gebruik wordt gemaakt van hekwerk en dat er natuurlijke of natuurgetrouwe grenzen zijn aan de verblijven. Dit maakt het fotograferen in een dierentuin al een stuk makkelijker.

Vooral vogelverblijven gebruiken nog steeds vaak – om begrijpelijke redenen – gaas. Dit hoeft echter niet ‘einde oefening’ te zijn als het aankomt op fotograferen. Als je je camera maar dicht genoeg tegen het gaas aandrukt en je onderwerp een stukje van het gaas is verwijderd, verdwijnt het gaas vrijwel volledig uit beeld. Let wel op dat dit ook mag, bij sommige dieren is dit geen goed idee zoals bijvoorbeeld bij struisvogels die geneigd zijn om te pikken als je te dicht bij komt. Klim onder geen beding over een afzetting voor die ene foto.

Door iets meer in te zoomen en het diafragma te vergroten is alleen het gaas op de achtergrond
nog vaag zichtbaar. Links f/5.6 op 120mm en rechts f/3.2 op 200mm

Vaak moet je het diafragma aanpassen, naar bijvoorbeeld f/4 of f/2.8, om de scherptediepte te beperken en hinderlijke elementen uit beeld te halen. Heb je geen directe controle over het diafragma, bijvoorbeeld met een compactcamera, kies dan voor de portret functie op de camera. De camera zal dan uit zichzelf een zo wijd mogelijk open diafragma uitkiezen.

Wijzig je standpunt, als je van een hoger gezichtspunt fotografeert, krijg je meer gras of zand ondergrond in beeld, als je van een relatief laag standpunt fotografeert meer echte bomen of lucht. De andere kant van het verblijf kan soms een hele andere aanblik geven, blijf dus niet op één punt staan, maar probeer de beste compositie te vinden.

Het leeuwenverblijf (in Dierenpark Emmen) heeft een balustrade, veel gras en zand in beeld,
de “savanne” is op gezichtshoogte waardoor er dus ook bomen in beeld komen.

Glas en hekken reflecteren licht, hekken laten schaduwen achter. Op verschillende momenten van de dag heb je bij een verblijf hinderlijke reflecties of het felste zonlicht. Probeer als het even kan een bewolkte dag uit te kiezen, zodat het licht zacht is en je minder last hebt van de reflecties en anders je foto’s zo te timen dat er net een wolkje voor de zon schuift.

Vooral als het verblijf relatief donker is en er veel daglicht van openstaande deuren op het glas valt (vaak het geval bij apenverblijven) heb je te maken met reflecties. Probeer de camera zo dicht mogelijk bij het glas te houden en maak gebruik van een zonnekap.

Wat ook kan helpen is een polarisatiefilter, door het filter te draaien kun je zoveel mogelijk de reflecties weghalen. Let daarnaast ook op vingerafdrukken op het glas of krassen. Zoek een plek uit waar je zo min mogelijk last hiervan hebt, veeg eventueel het glas ook wat schoon met een lensdoek of een mouw.

Vaak heeft het bij glas ook geen zin om te flitsen (als dit al is toegestaan), zeker niet met de camera dicht bij het glas. Je krijgt al het licht weer in je gezicht terug. Het kan wel helpen als je een draaibare flitskop hebt die je naar het plafond zou kunnen richten. Ook kun je het licht laten reflecteren via een muur.

In de nabewerking “de regel van derden” beter uit laten komen.

Aquarium

Het is lastig fotograferen in een aquarium. Er is relatief weinig licht, vaak ook weinig ruimte op de wandelpaden en onder bepaalde hoeken zijn de vissen niet goed zichtbaar door het dikke glas. Toch is het ook hier mogelijk om memorabele foto’s te nemen. Pak bijvoorbeeld je meest lichtsterke lens (een f/1.4, f/1.8, f/2.0 of f/2.8), schroef de ISO waarde op naar 400-640 en probeer je zo schrap mogelijk te zetten of meerdere foto’s achter elkaar te nemen. Je kunt ook bijvoorbeeld een groothoeklens tegen het glas zetten en met timing te proberen je gekozen onderwerp in beeld te krijgen.

Lange sluitertijden betekenen ook dat je kans hebt om de beweging duidelijk te maken. Probeer een dier te volgen en je krijgt een mooie onscherpe achtergrond met beweging en een scherp onderwerp.

Vocht

Een nagebouwde jungle, het reptielenhuis en de vlindertuin zijn warme en vochtige plekken, de buitentemperatuur zal vrijwel altijd lager liggen en zeker minder vochtig zijn. Dit betekent dat als je binnenstapt je condens op je lens kunt verwachten. Het duurt even voordat de camera dezelfde temperatuur aanneemt. Wacht rustig even af tot het condens is verdwenen en laat de camera even uit, anders loop je het risico dat er vocht in de camera blijft hangen met de nadelige gevolgen die daar bij horen. Je kunt de camera ook is de fototas stoppen en daar een tijdje in laten zitten. De tas neemt veel minder snel de temperatuur van de omgeving aan, waardoor er geen condens op de lens ontstaat. Geef het te allen tijde de tijd om de camera zich aan te laten passen.

Wacht totdat het condens is weggetrokken, de dieren kunnen nooit ver weg zijn.

Mensapen

Vergeet vooral niet de mensen te fotograferen waarmee je op stap bent en te genieten van het uitje en de dieren. Het is een gezellig familie-uitje dat met het hele gezin wordt gewaardeerd, het is dan leuk om bijvoorbeeld foto’s te hebben van hoe de kinderen naar al die aparte dieren kijken of hoe ze het naar hun zin hebben in de speeltuin. Op dit moment doet een menselijk element bij een foto met een dier het ook goed. Bijvoorbeeld om de sfeer aan te geven of een idee te geven van de relatieve grootte van een dier.

Goed gedrag

In veel dierentuinen is het niet toegestaan gebruik te maken van een statief. Voornamelijk om er voor te zorgen dat fotografen niet langere tijd de beste plekken bezet houden en dat iedereen kans krijgt om de dieren te zien. Meestal kun je wel gebruik maken van een één-poot statief of muurtjes of hekken om de camera op te laten rusten.

Kijk goed wat het beleid is, je bent te gast op privé-terrein en de dierentuin maakt de regels. Ze zijn er niet op uit om je leven zo moeilijk mogelijk te maken, de regels dienen om de dieren en de bezoekers zo veilig mogelijk te houden. Het zijn geen huisdieren, wilde dieren kunnen onvoorspelbaar reageren. Val ze ook niet lastig door hard te roepen of door op het glas te kloppen. Ze zijn het gewend en zullen er nauwelijks op reageren, daarnaast is het hinderlijk voor andere bezoekers.

Wat je ook doet, jouw gedrag als fotograaf heeft gevolgen voor alle andere fotografen, probeer je dus sociaal op te stellen en iedereen de kans te geven de dieren te bekijken. Het grote voordeel van een dierentuin is dat de dieren er ook morgen nog zijn, een gemiste kans vandaag is een mogelijkheid voor morgen.

Ik hoop dat dit artikel helpt om het fotograferen in de dierentuin weer als een uitdaging te zien en daardoor de kans om met goede dierentuin foto’s thuis te komen vergroot. Al was het alleen al om naar al het wonderlijks te kijken en te waarderen wat moeder natuur ons heeft gegeven.

Automuseum

Tips voor het fotograferen van objecten in een museum

Naast de fotografie vind ik ook mijn fascinatie in auto’s, leuk om dan eens in de zoveel tijd beide zaken te combineren. Veelal zijn het evenementen zoals het classic event op Schloss Dyck of het Concours d’élégance bij Paleis het Loo waar alle auto’s grotendeels in de buitenlucht zijn opgesteld maar er zijn ook musea, waar de licht omstandigheden toch weer wat meer creativiteit van de fotograaf vragen. Vroeger hadden we het Autotron in Rosmalen, maar hier worden tegenwoordig alleen nog maar evenementen georganiseerd. Wel is in Nederland sinds enkele jaren de privé collectie van Louwman te bewonderen in het Louwman museum. En ook zijn er wat kleinere musea te vinden zoals Automuseum Schagen en als ander voorbeeld het A Ford museum in Beekbergen.

De vraag is wat mee te nemen? Een groothoek lens in ieder geval, maar een zoom lens (24-70 en 70-200) kunnen ook erg van pas komen voor detail foto’s. Een statief zou ook mooi zijn om zoveel mogelijk te fotograferen met het bestaande licht. Helaas kan vaak echter de hele foto uitrusting niet mee genomen worden het museum in. Om die reden beperk ik mij tot het groothoek objectief en het 24-70mm objectief.

Canon EOS op 18 mm met f/3.5 1/30 sec en ISO6400

Camera-instellingen:

Bestandsformaat:

Naast het advies om altijd te proberen om de belichtingsdriehoek (diafragma, sluitertijd en ISO instellingen) na te leven is je foto’s te nemen in RAW of Tiff formaat (mocht je dat al niet doen). Dit geeft de mogelijkheid om achteraf nog veel zaken te veranderen zoals de kleurtemperatuur, ruisonderdrukking, de belichting e.d. (Programma’s van Adobe, zoals Photoshop en LightRoom of een programma zoals Gimp en/of de bijgeleverde software bij de camera zijn hier geschikt voor.)

Diafragma:

Één van de semiautomatische instellingen die ik het artikel De Beste Camera Instellingen heb beschreven is de A of Av stand, het diafragma bepalen en de andere instellingen door de camera laten berekenen. Fotograferen uit de hand betekent dat je de laagste diafragma waarde die de lens heeft kiest om een zo snel mogelijke sluitertijd te halen. Let wel dit kan betekenen dat je een mooi bokeh krijgt of te weinig scherpte diepte. Het kan ook zijn dat de sluitertijd met de gekozen instellingen nog te lang is om uit de hand te fotograferen, waardoor een vaste hand of een steunpunt nodig is.

Lage(re) diafragma waarde zorgt voor minder scherpte diepte.

Of maak gebruik van een......

Statief:

Wanneer je meer scherptediepte in je foto wilt dan kun je de diafragmawaarde verhogen naar f/11 of f/16.

Dit betekent automatisch dat je daarmee de sluitertijd verlengd. Het gebruik van een statief brengt hier uitkomst om geen bewegingsonscherpte in je foto’s te krijgen. Mits toegestaan, vanzelf. Een andere mogelijkheid is om de camera op een muurtje of paaltje te laten rusten en dan de timer of de afstandsbediening te gebruiken.

Be-/verlichting

Flitsen:

Voordat ik het onderwerp flitsen behandel, wil ik als eerste waarschuwen voor het feit dat men zeker moet zijn of er wel geflitst mag worden in het museum. Bij schilderijen en posters waar kleur vervaging snel optreedt zal dit zeker niet mogen!

Persoonlijk ben ik geen voorstander om te flitsen, en als ik het al doe probeer in ieder geval direct flitsen te vermijden d.m.v. de flitser te verdraaien zodat je via de muur of het plafond je onderwerp verlicht. Probeer direct flitsen te vermijden. Kijk of je niet met het bestaande licht een mooi beeld kunt maken.

Canon EOS50D EF-S 10-22 op 10mm f/3.5 0.5sec ISO 200 (uit de hand)

Canon EOS50D EF-S 10-22 op 10mm f/3.5 1/60 sec ISO 200 Direct flitsen gebruikt.

Vitrines:

De onderwerpen die in vitrines staan zijn vaak al vanuit de vitrine verlicht, maar helaas door de verlichting van buiten de vitrine treden er vaak reflecties en weerspiegelingen op. Soms lukt het om deze zelf te blokkeren door tussen de lichtbron en de vitrine te gaan staan. Wanneer de afstand tot het onderwerp het toelaat, en het voorste glas van je objectief niet uit steekt, kun je ook de lens direct tegen het glas aanzetten. Pas op dat je de vitrine niet beschadigd, het zou slordig zijn als een dagje fotograferen bij je gezins-wa moet eindigen.

Objectief tegen het glas van de vitrine, geen reflecties.

Reflector:

Een reflector kan zeker helpen om een onderwerp beter te belichten. Je kunt het omgevingslicht ombuigen of doorsturen naar je onderwerp. Ook hier geldt, je kunt helaas niet je hele fotografie uitrusting meenemen het Automuseum in. Maar met een beetje creativiteit kun je soms met een wit T-shirt of een wit vel papier toch net even iets meer licht op je onderwerp krijgen waardoor deze toch beter belicht wordt of dat je juist net die hele donkere schaduw achter het onderwerp kunt opheffen. Gereflecteerd licht geeft een betere en daarmee een meer natuurlijke belichting dan flitslicht.

Canon EOS op 10 mm f/3.5 1/20sec ISO 1250

Standpunt:

Vooral vanaf dichtbij geeft fotograferen vanaf dezelfde hoogte het meest waarheidsgetrouwe beeld. Een laag standpunt maakt het onderwerp over het algemeen groter en een hoger standpunt het onderwerp kleiner. Daarmee wil ik niet zeggen dat je altijd op onderwerp hoogte je foto hoeft te maken, experimenteer en kijk daarmee wat je zelf het beste standpunt vindt.

Standpunt maakt het verschil.

Welk objectief:

Bij het gebruik van een groothoek objectief is er kans op vervorming aan de zijkant van de foto. Let hier dus op voordat je afdrukt. Wanneer je inzoomt krijg je minder scherpte diepte, wat bij detail foto’s dus erg goed gebruikt kan worden. Gedeeltelijk inzoomen, kan helpen om storende elementen te vermijden of dat deze door het inzoomen in de scherptediepte van je foto vervagen.

Experimenteer:

Doordat de resultaten direct zichtbaar zijn en de eindeloze geheugencapaciteit die we tegenwoordig tot onze beschikking hebben kun je net zoveel experimenteren als je maar wilt. Probeer een ander standpunt, verwijd licht inval of gebruik daar een invulflits, of zoek juist de lichtinval op. Maak gebruik van de instellingen van je toestel, maak dezelfde foto met een hoge diafragmawaarde (langere sluitertijd) en een lage diafragmawaarde. Experimenteer om creatieve foto’s te krijgen!